Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 2»

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 22

Follow us on Twitter
Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 22
Geschreven door Highsider   
vrijdag, 29 april 2011 14:59

Hoofdstuk 22 – waarin koers gezet wordt naar – o jee – de Mediterranée.

Bent u enigszins bekend met het verschijnsel TR1? Zo ja, dan kunt u deze eerste alinea overslaan. Zo nee: de TR1 was de mooiste vergissing die Yamaha ooit gemaakt heeft. De met een net geen 1000 cc metende V-twin uitgeruste, elegante motorfiets met zijn in een smeerkast lopende ketting leek helemaal nergens op. Yamaha lanceerde het ding aan het begin van de jaren ’80, liet ‘m een snelle dood sterven en misbruikte het lekkere blok daarna in allerlei pseudo-Amerikaanse prullaria. De TR1 was de fijnste Yamaha die ik heb gekend, al zat er meer fut in een grasmaaier...
Karel_Hubert
Op een goede dag rijpte het idee om eens een fijne tocht naar het zuiden te gaan maken, met de TR1. Twee dorpsgenoten hadden een identieke wens. Ene John bereed iets fatsoenlijks, ene Lodewijk had wel een motorisch kreng gekocht, maar moest nog even zijn rijbewijs halen. Deze Lodewijk had enige reputatie als technisch onfortuinlijk man. Hij had een auto van Poolse makelij gekocht, waarmee hij elke dag minstens één keer pech had. Irritante dagelijkse storingen werden gelukkig afgewisseld met het wekelijks vlamvatten van de vierwieler. Daardoor rook het in de auto alsof je pantoffels in de brand stonden. Op de achterbank had Lodewijk een half dozijn brandblussertje in al dan niet gehele staat van ledigheid. De motor die hij gekocht had, was een soort zusje van de Poolse auto. Het was Japans, maar van welk merk of welk jaar was volkomen onduidelijk. Omdat Lo op de geplande vertrekdag zijn rijbewijs eerst nog in Haarlem moest ophalen, gingen John en ik vast op pad. We reden naar de Ardennen, waar op een camping plaats voor ons was. Vanaf de grens werd het kouder en kouder en het laatste uur regende het ook nog eens snoeihard. John en ik, ervaren motociclisten, waren op onheil gekleed, maar bij de camping aangekomen was de verleiding van een warme slaapkamer in het hoofdgebouw te groot.

Twee uur later arriveerde Lodewijk, die tijdens zijn eerste legale rit de waarde van zijn nieuwe hobby toch wat was gaan betwijfelen. Hij had zijn plastieken regenbroek IN zijn rubber laarzen gedaan, waardoor ze waren volgelopen. Zijn voor strandwandelingen bedoelde nylon jasje had hij IN zijn regenbroek gedaan, waardoor zijn ballen onder water stonden. De mouwen van het rode joppertje had hij IN zijn skihandschoenen gefrommeld, waardoor zijn vingers leken op wat je bij het lijk van een twee weken geleden verdronken schipper kunt aantreffen. Tegen de kou had hij een wollen muts onder zijn helm gedragen, die zeiknat geworden was, waardoor zijn haar een frisse blauwe tint had gekregen. De skibril had wel gewerkt, maar in een poging het beslaan tegen te gaan, had hij één glas weggedrukt, waardoor zijn linkeroog bevroren was. “Nou, ik hoop dat het morgen beter weer wordt!”, zei hij monter, nadat we hem overeind geholpen hadden; nadat hij geremd had, kon hij zijn gevoelloze voeten niet meer van de steunen halen.

Het was beter weer, die volgende dag. Lo had zijn spullen van zeiknat naar lekker vochtig gebracht door ze op de kachel te leggen. We toerden probleemloos naar Beaune. Op de camping daar vouwden John en ik moderne, listige en onberispelijke tentjes uit. Lodewijk haalde iets vreemds uit een foedraal en keek na het opzetten ervan wat beteuterd. Het was ooit een tent geweest, maar bestond nu voornamelijk uit gaten. “Misschien had ik thuis toch even moeten kijken”, zei hij. “Ik heb die tent twintig jaar niet gebruikt.” Hij ging na de nodige wijn en sterkere dranken in zijn vochtige motorkleding in een slaapzak in zijn halve tent liggen en sliep direct. De derde dag reden we naar Marseille. Het goot er en we gingen een hotel in. Daar papte Lodewijk aan met een vrachtwagenchauffeur die hem de volgende dag in één ruk met motor en al terugbracht naar Nederland, waar het heerlijk weer was. John en ik reden in twee dagen terug en apprecieerden het geleidelijk warmer worden. Toen we thuis kwamen had Lodewijk zijn motorfiets al te koop gezet. Ik heb hem nooit meer gesproken.

Link: De avonturen van Ollie Peilkens (deel 1 t/m 52)
Link: De verdere avonturen van Ollie Peilkens (deel 1 t/m heden)