Home icon Home»Kollumns»Ollie Peilkens Serie 2»

Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 9

Follow us on Twitter
Karel Hubert Presenteert: De verdere avonturen van Ollie Peilkens - Deel 9
Geschreven door Highsider   
vrijdag, 28 januari 2011 12:02
Hoofdstuk 9 – waarin een socialistische heilstaat gesloopt wordt (2)

Het was heerlijk toeven in de DDR. Als westerling snapte je meteen hoe de oprechte koloniale heerser zich ooit gevoeld moest hebben. Klundert was al tientallen keren over het hek gestapt om bij MZ onderdelen op te halen en was zich ook een beetje als een Maharadja gaan voelen én gedragen. Wachten voor een restaurant of club? Even een biljetje Westmarken omhooghouden en je kon de rij met tientallen sneue inboorlingen passeren. Mooi meisje boeien? Even met de vingers knippen, drankje bestellen en ze keken je aan alsof je met miljoenen op zak uit Hollywood was gearriveerd. Het was allemaal fake natuurlijk en uitsluitend op een wat scheve wisselkoers tussen de Oost- en Westduitse valuta gebaseerd, maar ach, lelijke, akelige Nederlanders konden zich voor een grijpstuiver mooi en geliefd voelen. Het verklaarde waarom je op gezette tijden de volledige RAI-Vereniging afdeling Gemotoriseerde Tweewielers in een naargeestige hotelbar kon aantreffen, de dikke rotkoppen in schril contrast tot de beeldschone gezichtjes van de TroostMäderl. Alleen losers en streng gereformeerden moesten in die mooie jaren niet naar het Oostblok om bromfietsonderdelen te verwerven of de invoer veilig te stellen van een obscuur pantalonmerk. Het was handel, in alle opzichten.

Karel_Hubert
Klundert hield zich uiteraard verre van deze zaken. Een aantal van zijn klanten én een deel zijn personeel hadden echter inmiddels begrepen dat ze in de socialistische heilstaat voor een prikkie dingen konden doen die in eigen land nog net niet verboden waren. Ze reisden massaal af naar de DDR, de sokken en slips vol met zwart gewisselde Oostduitse bankbiljetten. De regering van het land meende dat één Westmark precies evenveel waard was als een eigen Oostmark, maar de rest van de wereld had een iets andere mening. In de praktijk kon je tot wel tién Oostmarken krijgen tegen inlevering van één westers exemplaar. Het betekende dat Jan Modaal zich - eenmaal in de DDR – multimiljonair kon voelen en rondjes kon geven aan hele dorpen. Het betekende ook dat diezelfde Jan tegen overhandiging van een felbegeerde Amerikaanse spijkerbroek vrijwel elk Oostduits meiske zover kon krijgen in zijn bijzijn eerst de oude broek even zwierig uit te doen om de neokoloniale schenker nog iets anders te gunnen dan een dankbare glimlach. Klunderts klanten deden zich tegoed aan de socialistische fruitmand en deden dat in de prettige zekerheid dat prikkeldraad, grenswachten en een muur voorkwamen dat de liefjes het in hun hoofd konden krijgen om eens naar Nederland te reizen om te zien hoe hun souteneurs woonden en leefden.
Ikzelf moest er natuurlijk niets van hebben. Geloof me; in die tijd prikte ik alles eraan wat bewoog en niet al te zeer tegenstribbelde, maar betalen voor wat toch altijd een gedeeld plezier mag zijn, dat gaat een echte Peilkens veel te ver, zelfs bij een zo gunstige wisselkoers. Maar ik ging graag met Klundert mee die kant op, omdat een bezoek aan de MZ-fabriek het vertier bood dat een tijdmachine ook schijnt te bieden. Zodra je arriveerde, kon je de jaren '30 ruiken. Dat was niet alleen de penetrante geur van de arbeiders, maar ook de lucht van vet, olie, laswerk en chroom. Die arbeiders liepen elke seconde het risico onthoofd te worden door op halshoogte langsvliegende, aan een plafondrail hangende bakken met onderdelen, konden elke lunch vergiftigd worden door de presentie van zware metalen in hun melk en rookten zo intensief groezelige sigaretten dat de longen nog harder piepten dan de lopende banden. Prachtig! Er waren ongeveer evenveel mannen als vrouwen aan de slag, maar die vrouwen waren door de vervuilde omgeving kennelijk van hun geslachtshormonen afgeholpen, waardoor ze in alles op de grauwe mannen waren gaan lijken. De bijna 100.000 motorfietsen die op jaarbasis hier gemaakt werden, mochten eerst in houten kratten buiten verder roesten, voordat ze naar de onfortuinlijke kopers in socialistische zusterlanden én naar niet goed snik zijnde Westerlingen werden getransporteerd. Ik vond de MZ's net zoals de Oostduitse deernen: goedkoop en smoezelig. Wel verdomd makkelijk aan te trappen.